Hemelvaart ?

In een tijd waar je een ruimtereis kunt boeken (enfin, voor de coronacrisis toch), en ruimtewandelingen live op TV kunt volgen, is het lastig om nog over de hemelvaart van Christus te spreken. De hemel-vaart als voorstelling is problematisch geworden door de opkomst van de ruimte-vaart. Voordien stoorde het beeld veel minder. Nu zit het antieke wereldbeeld de betekenis van dit heilsfeit/feest in de weg.

Ik zeg het maar zoals ik het beleef (en ik vermoed velen met mij). Het lijkt me onverstandig om te snel over dit soort weerstanden heen te praten, vooral omdat we het elke zondag in het Credo hardop moeten zeggen – zonder enige duiding: Die opgevaren is ten hemel, en zit aan de rechterhand Gods, vanwaar hij komen zal… Dat klinkt toch alsof je het oude wereldbeeld moet slikken wil je in God kunnen geloven. Dat is niet zo. Alleen hoe je dan datzelfde geloof moet uitdrukken zonder die associatie, daarmee tobt de kerk al eeuwen mee (ongeveerd sinds Galilei) en ze is er nog steeds niet uit. Jammer.

En – erger nog – onderwijl reproduceert ze het oude beeld zonder nadenken:

Afbeelding op Kerknet bij een artikel over OLH Hemelvaart, gepubliceerd op zondag 17 mei 2020.

1. De voorstelling en het wereldbeeld

Hoewel kunstzinniger, dynamischer en perspectivisch veel complexer, de schilderijen van de grote meesters Rubens en Rembrandt spreken dezelfde taal.

plafondschildering van Rubens (Sint Ignatiuskerk, Antwerpen, nu Carolus Borromeus). Verloren gegaan in de grote brand van 1718. Waterverfprent van Jacob De Wit (1695-1754), die de 36 taferelen kort voordien had nagetekend in zijn schetsboek..
Rembrandt van Rijn: de hemelvaart (ca. 1636) geschilderd voor Frederik Hendrik als onderdeel van de Passieserie. Nu in de Alte Pinakothek (München)

Het gaat om de verticale beweging: van de aarde af, omhoog, ten hemel toe. Dat is (of beter: dat was) vol betekenis. Men stelde zich immers echt, daar, daarboven, de hemel voor, de plaats waar op een of andere manier God troonde. Alle oude belijdenissen presenteren ons de weg van Christus als een weg die daarboven, begint, heel hoog (Vom Himmel hoch, da komm’ ich her). De heilsweg is dan de komt van Christus van daarboven – naar hier, naar het ondermaanse, waar wij thuis zijn (Incarnatie, mens-wording). Maar dan is het nog niet afgelopen. Het gaat nog dieper naar beneden, tot op het diepst denkbare punt: het dodenrijk (nedergedaald ter helle =  het rijk van de dood dat onder de aarde werd gedacht). Dan komt het keerpupnt. Vandaaruit verrijst hij en de weg terug, omhoog begint: Na de verrijzenis vaart hij op ten hemel en daar zit hij dan ter rechterhand Gods (zijn kroning. De engelen zingen coronation-hymns). Tijdens de catechismusles moesten wij ‘deze trappen van vernedering en verhoging’ van Christus van buiten leren (voor de insiders: bij zondag 14 van de Heidelbergse Catechismus)

2. Wereldbeeld en betekenis vallen (niet meer) samen

Binnen het oude wereldbeeld klopt deze weg doorheen de materiële wereld precies met de weg doorheen de geestelijke wereld. Het kwaad zit diep beneden, deep down, in het rijk der duisternis, dood. Het goede is hoog verheven, voorbij de sterren, stralend als de zon en het leven. Het probleem van ons moderne mensen is dat wij dezelfde woorden nog gebruiken en ook meestal probleemloos aanvoelen wat de betekenis is, maar dat de concrete voorstelling van deze wereld door het natuurwetenschappelijk onderzoek ons is afgenomen (no blaming, gewoon een constatering). Hierdoor is de betekenis die die verhalen hadden onder druk komt te staan. Ik bedoel: Iedereen wijst nog steeds naar boven, als hij het over ‘God’ heeft, alleen weet iedereen tegelijk ook, dat dat naar boven wijzen niet meer letterlijk te nemen is. Het meest voelbaar wordt dit probleem rond hemelvaart, want daar is de materiële voorstelling (Jezus die omhoog gaat) tot in de woorden van de geloofsbelijdenis doorgedrongen.Het concrete wereldbeeld en het symbolisch universum (betekenis) vallen voor ons niet meer samen.

Wat te doen? Ik stel voor om de betekenis van de verhalen al vertellend te laten oplichten zonder te suggereren dat het vertelraam (wereldbeeld) ook buiten het verhaal moet worden aangenomen.

Ontmythologiseren – zoals progressieve theologen in de vorige eeuw ijverig deden – lijkt me de verkeerde keuze. Dat werkt averechts. Het wordt abstract, èn met de ‘mythe’ verlies je de gevoelslaag. En zonder die laag verdort de betekenis tot een ‘opvatting’ en erger: Zo sterven sterkte verhalen een stille dood. Ze werken niet meer. Het lijkt me veel verstandiger om de bijbelverhalen als verhalen serieus nemen, inclusief het wereldbeeld. En ze gewoon goed te vertellen. Binnen een verhaal stoort zo’n wereldbeeld niet. En al vertellend – al inlevend, belevend – kan de betekenis dan toch doorkomen, ook in onze post-moderne tijd… Voorwaarde is dan wel dat we goed lezen. Een poging.

3. De bijbel zegt eigenlijk zo goed als niets over de hemelvaart

De voorstelling van de hemelvaart is gebaseerd op een combinatie van twee teksten van Lukas. In het evangelie staat dat hij bij zijn laatste verschijning van hen scheidde, terwijl hij hen zegende. Hoe dat plaats vond, wordt niet gezegd. Enkel in Handelingen 1:9 wordt Jezus’ verdwijning, zijn afscheid (wat wij nu de hemelvaart noemen) zelf beschreven.

             “En nadat Hij dit gesproken had,
            werd Hij opgenomen terwijl zij het zagen
            en een wolk onttrok Hem aan hun ogen.”

Méér is er in heel de bijbel over het gebeuren van de hemelvaart niet te vinden. Voor de goede orde: Overal in de bijbel wordt verondersteld dat Jezus ‘in de hemel’ is, verhoogd, verheerlijkt etc.. Dat is gewoon het wereldbeeld. Maar hoe dat na Pasen precies zat, wordt nergens beschreven, behalve bij Lukas. Die houdt van orde en van perioden. Hij rondt die bij voorkeur ook mooi af. Na 40 dagen komt er een einde aan de verschijningen: Jezus is laat zich niet meer zien. Vanaf de Pinksterdag (na 50 dagen) begint het tijdperk van de Geest.1

Enkele opmerkingen

  • Opvallend in de geciteerde zin is het gebruik van de ‘passieve vorm’. Er staat niet, dat Christus opsteeg (hemel-vaart), er staat dat Hij werd opgenomen. De discipelen zijn daar getuige van. .
  • ‘Opgenomen worden’ is een technische term voor het ‘wegnemen tot bij God’. In het Oude Testament wordt bijv. van Henoch en Elia hetzelfde gezegd. Waarbij er bij Elia wel allerlei richting de hemel gebeurt (chariots of fire) , maar bij Henoch het duidelijk enkel betekent dat hij eerst nog hier was – tussen de mensen – en dan niet meer, maar bij God.
  • Ook opvallend is dat de discipelen hiervan getuige zijn, maar eigenlijk ook weer niet, want er schuift een wolk voor, die Hem aan hun ogen onttrekt. Ze zien het dus niet.

De feitelijke ten hemelopneming van Christus is dus aan hun oog onttrokken. De betekenis overheerst: Hij is nu bij God, hij is thuis. In dit opzicht is de zogeheten “voor-moderne” of primitieve weergave eigenlijk meer geschikt voor post-moderne mensen. (zie de afbeelding hieronder).Zij geeft ‘verschillende domeinen’ van de werkelijkheid weer (aardse en hemelse, beide even reëel). Mensen en engelen: even reëel. De afbeelding is naar ons aanvoelen niet realistisch, maar gestyleerd. Voor de Middeleeuwer is ze echter juist wel werkelijkheidsgetrouw, want de geestelijke wereld is de essentie van echte wereld, maakt wat wij waarnemen pas reëel.

Giotto Bondoni (ca. 1303)., De hemelvaart (Cappella degli Scrovegni, Padua). In het onderste register het aardse domein. Daarboven het goddelijke domein, met de engelen als intermediairs. De afbeelding suggereert duidelijk dat Christus nog een ‘verdieping’ hoger moet..

Gevolgtrekkingen

Wat wij nu dus zeker niet moeten doen rond Hemelvaart is al vertellend de voorstelling lineair aanvullen en invullen vanuit ons moderne door de fysica bepaalde realisme. Als we dat doen gaat de betekenis zeker verloren. Dus niet: “Christus steeg langzaam omhoog de lucht in en steeds verder en verder, tot hij vanwege de bewolking niet meer waarneembaar was, maar daarachter ging hij door, tot hij in de hemel kwam… ” U hoort hoe vreemd dat klinkt (Joeri Gagarin had een punt ). De verticale lijn van hemelvaart moeten we niet uitwerken, maar enkel aanraken. Het hoort bij het ‘vertelraam’. Zonder dat kun je het verhaal niet vertellen (God moet in een verhaal toch ‘ergens’ zijn). En een welwillende luisteraar is best wel bereid tot suspension of disbelief als we het maar niet te nadrukkelijk doen. Op dit punt moeten we dus ‘sober’ zijn. De twee afbeeldingen die Kees de Kort aan de hemelvaart wijdt, zijn eigenlijk perfect. Op de ene is Jezus er nog wel – samen met z’n leerlingen, op de volgende niet meer, en moeten ze ‘zelf’ zien hoe ze nu zonder zijn fysieke aanwezigheid toch ‘met hem’ verder kunnen.2

Kees de Kort: animatie van twee prenten uit de Kijkbijbel (van schooltv.nl)

Hemelvaart heeft dus een ‘bittere’ kant: Jezus is niet meer hier. Hij is voor ons niet beschikbaar, aanraakbaar, consulteerbaar, zo zoals onze medemensen dat zijn. Hij is afwezig (en daaraan kun je lijden. Dat is reëel). Maar wie de bijbelse verhalen kent, die weet ook dat die afwezigheid niet totaal is. In de afbeelding van Giotto voel je dat de werkelijkheid waar Jezus nu is, even reëel is als de onze, en dat er niet veel is dat ons daarvan scheidt. Hij is er nog wel, maar anders. Enkel een wolk zit er tussen hem en ons. Die onttrekt hem aan ons zicht. En dan nog: Was niet de wolk in die andere Paasverhalen – in het boek van Israel, Exodus – een teken dat God met z’n volk meeging ook doorheen de woestijn. Wat het niet een symbool van bescherming, een teken – niet van Gods afwezigheid, maar van zijn aanwezigheid. En als we nu toch bezig zijn: Wordt niet 50 dagen na Pasen halt gehouden bij een berg, waar Mozes 10 verbondswoorden meebrengt als hij na enige tijd uit beeld te zijn geweest, weer tevoorschijn komt uit de wolk, een heilsfeit dat de Joden elk jaar uitbundig vieren, op het Pinksterfeest… Daarmee kunnen ze verder, op weg naar het beloofde land.

Verhalen leggen zo hun eigen (zins-)verbanden.


4. Een lied voor Hemelvaart

En voor degenen die de orgelmuziek van Emmanuel missen, hier een ‘originele Crüger’. U hoeft het enkel nog zelf te spelen. De bovenste en onderste notenrij volstaan al voor een mooi effect (de overige noten zijn de uitwerking van de cijfers boven de bas).

Dick Wursten

  1. Opvallend is dat de andere evangeliën dat geen van allen doen en de apostel Paulus nog unverfroren zijn eigen ‘Jezus-ervaring’ op weg naar Damascus beschrijft als ene ‘verschijning’ en deze in dezelfde rij zet als de eerste verschijningen.
  2. For completeness. Kees de Kort heeft ook nog een derde plaat. Opnieuw dezelfde setting, alleen staan dan op de lege plaats van Jezus twee engelen