6de Paaszondag: Gezocht “compagnon de route”

De corona-times worden gekenmerkt door onzekerheid. Niemand weet hoe de toekomst zal zijn. Ook het kerkelijk en muzikaal leven staat onder druk. Frans Van Looveren denkt hierover na naar aanleiding van de evangelielezing van deze zondag – 17 mei – waarin Jezus een ‘helper’ belooft. Dick Wursten stelt daarna een lied centraal (Von Gott will ich nicht lassen) dat ongeveer 450 jaar geleden hetzelfde thema aansneed: Waar vind je houvast, hoe bepaal je de richting in je leven, als plots alle zekerheden wegvallen. Niet toevallig: dat lied ontstond ook tijdens een epidemie. L’Arpeggiata voert het tenslotte uit in een bewerking van Heinrich Schütz (Symphoniae Sacrae II)

Gebed om de heilige Geest

Eén van de voorgangers van Johann Sebastian Bach als ‘Thomascantor’ in Leipzig was Seth Kalwitz, beter bekend als Sethus Calvisius. Naast musicus en componist, was hij ook nog astronoom en chronoloog (hij werkte aan de verbetering van de kalender). Zijn 4-stemmige zettingen van zo goed als alle Lutherse koralen worden tot op vandaaag veel gezongen. Hieronder hoort u drie coupletten van Luthers vertaling/bewerking van de pinksterhymne Veni Creator Spiritus. Op de achtergrond ziet u dat deze uitvoering dateert uit de tijd dat er nog een andere paus was…

Komm, Gott Schöpfer, heiliger Geist (Sethus Calvisius). Ensemble Josquin des Prez, musica sacra San Juan, 2012
Das Veni Creator Deutsch
1. Komm, Gott Schöpfer, Heiliger Geist,
Besuch das Herz der Menschen dein,
Mit Gnaden sie füll, wie du weißt,
Dass’s dein Geschöpf vorhin sein.
Kom Schepper God, o Heil’ge Geest,
daal in de mensenharten neer,
zij zijn uw schepselen geweest,
herschep hen in genade, Heer.
2. Denn du bist der Tröster genannt,
Des Allerhöchsten Gabe teur,
Ein geistlich Salb an uns gewandt,
Ein lebend Brunn, Lieb und Feur.
Uw naam is Trooster. Gij geleidt,
o goddelijk geschenk, ons voort,
o balsem die ons werd bereid,
o bron van vuur, o levend woord.
7. Gott Vater sei Lob und dem Sohn,
Der von den Toten auferstund,
Dem Tröster sei dasselb getan
In Ewigkeit alle Stund.
Lof zij de Vader, lof de Heer
die uit de dood is opgestaan,
de Trooster ook zij lof en eer
en heerlijkheid van nu voortaan.
Duitse tekst: Martin Luther (1524) | vertaling J.W. Schulte Nordholt.

Evangelielezing: Een andere helper

Uit het heilig evangelie van onze Heer Jezus Christus volgens Johannes, 14:15-21

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:
“Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden.
Dan zal de Vader op mijn gebed u een andere Helper geven
om voor altijd bij u te blijven:
de Geest van de waarheid,
voor wie de wereld niet ontvankelijk is,
omdat zij Hem niet ziet en niet kent.
Gij kent Hem,
want Hij blijft bij u en zal in u zijn.
Ik zal u niet verweesd achterlaten:
Ik keer tot u terug.
Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer;
gij echter zult Mij zien,
want Ik leef en ook gij zult leven.
Op die dag zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben
en gij in Mij en Ik in u.
Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen,
hij is het die Mij liefheeft.
En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden;
ook Ik zal hem beminnen en Ik zal Mij aan hem openbaren.”

Meditatie : Kom, Levensadem, steek ons aan.

In het evangelie zegt Jezus ons vandaag dat hij ons niet aan ons lot overlaat, maar zal bidden tot de Vader en die zal ons een andere helper zal sturen.1
Die helper, dat is de heilige Geest. ‘Geest’ betekent ‘inspiratie’, levenwekkende Adem. Het is de levensadem die JHWH bij de schepping de mens in de neus blies. Het is de wind uit de vier windstreken uit het visioen van Ezechiël, die weer levensadem brengt in de massa dode lichamen die in een dal liggen. Je hoort het gesuis van deze wind, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij naartoe gaat. Maar hij maakt het leven wel echt leven. Het is datzelfde gesuis, dat de bange apostelen op Pinksteren naar buiten dreef om Jezus’ opstanding te verkondigen. Geest betekent: volheid van leven. Inspiratie. Bemoediging over alle angst heen. Spontane bloei. Zinvolle samenhang. Vervulling. Vertroosting. Liefde. Nieuw leven. Jezus’ opstanding die zich verder zet in onze gemeenschap. In onze geest. In onze spiritualiteit. In ons dagelijks doen en laten.

Kom, o heilige Geest.
In deze coronatijd zijn wij als de dode beenderen in het dal van Ezechiël. Alles moeten wij verwachten van de Levensadem die ons weer doet opstaan en leven. Die alle angst en benauwdheid overwint. Een levenwekkende inspiratie die ons stuwt. Naar wat goed is. Naar wat mooi is. Naar wat het hart doet uitbarsten in een lofzang.
Nieuwe kansen, ook voor onze samenkomsten te midden van de drastische grenzen die ons vanwege corona opgelegd zullen worden? Het zal niet gemakkelijk zijn om, bij het einde van de lockdown (wanneer?) ons liturgisch leven terug te starten. Wij zullen de creatieve inspiratie van de Geest nodig hebben om een sprekende en hartverwarmende liturgie te creëren die de social distancing respecteert. Vele vragen komen op ons af: het koor, de voorgangers, de acolieten, de lectoren, de cantores, het orkest en het koor bij de Bachcantatediensten: niemand kan nog gegroepeerd optreden. Begrafenissen en huwelijken met een volle kerk zullen niet meer mogelijk zijn … Mensen zullen erg verspreid in de kerk plaats moeten nemen. En hoe organiseren we de communie met social distancing? En de vredewens? En de koffie na de viering?

Je zou zeggen: dat zijn praktische organisatorische problemen. Maar toch is er meer dan dat.

Social distancing raakt rechtstreeks de liturgische spiritualiteit. Liturgie is gemeenschaps-vorming rond Woord, sacrament, lofzang. En dus: nabijheid, groepering. Het is uitgerekend dat wat corona bemoeilijkt. Geruime tijd zullen wij noodgedwongen leven met corona en dus met afstand. Hopend dat er vlug een postcorona komt.
Kom, o heilige Geest. Wees bemoediging voor onze gemeenschap. Wees inspiratiebron. Deel met ons uw scheppende kracht. En verwortel ons, hoe dan ook, bij onze samenkomsten dieper in Hem en in elkaar.

Frans Van Looveren


Eurosong 1557: Une jeune fillette

Voor vandaag heb ik een lied uitgezocht, ‘Von Gott will ich nicht lassen‘. Evenals bij het lied van vorige week is de melodie ontleend aan een werelds liedje: de Allemande La Nonette, beter bekend als Une jeune fillette. De Duitse dichter Ludwig Helmbold (1532-1598) heeft zijn tekst gedicht met deze melodie in zijn hoofd. Hij is niet de enige die voor de mooiste melodie aller tijden is gevallen. Ze werd midden 16de eeuw in heel Europa gezongen. Diverse landen strijden (tot op vandaag!) om het ‘primaat van dit lied’: Een Eurovision songcontest avant la lettre. De melodie is onder verschillende namen bekend:

  • Allemande (de) la Nonette
  • Une jeune Fillette
  • La Monica
  • The Queens Alman (ja, inderdaad opnieuw een fraaie variatiereeks van William Byrd)

Ongetwijfeld is het akkoordenschema het oudst. Zeer uitnodigend: Luitspelers en klavecinisten wisten er wel raad mee: hele variatiereeksen ontstaan en roepen een reeks verwante melodieën op. De eerste keer dat zo’n melodie gedrukt wordt, is in Frankrijk: Une jeune fillette (Chardavoine, Le recueil des plus belles et excellentes chansons, Paris 1557). Dit lied gaat over een jong meisje dat naar het klooster moet omdat haar familie geen bruidschat kan betalen. In Italië heet dit lied La monica of Monaca (De eerste regel spreekt boekdelen: Madre non mi far monaca, che no mi voglio fare…). In Duitsland is de melodie bekend van een ander werelds liedje: Ich ging einst mal spazieren. Wereldberoemd werd dit Europese lied uit 1557 opnieuw door de versie in de film Tous les matins du monde, waar de beide dochters van Sainte-Colombe het zingen (arrangement van Jordi Savall).

fragment uit de film ‘Tous les matins du monde’ (1991). De zangleraar is een echte luitspeler: Jean-Marie Poirier.

Het Nederlandse taalgebied kent een mooie eenvoudige zetting van deze melodie in het Handschrift van Susanne van Soldt. Daar heet het  Allemande la Nonette: Het nonnetje.

Als u geïnteresseerd bent in de lotgevallen deze melodie, dan kunt op de Bach-cantatewebsite een uitgebreid artikel vinden met talloze voorbeelden. Maar nu is het tijd voor het religieuze contrafact:.

Lied van de zondag: Von Gott will ich nicht lassen

Ludwig Helmbold (dichter, professor filosofie in Erfurt, nadien predikant in Mühlhausen) heeft op de melodie van ‘Une jeune fillette’ in 1563 (reeds!) een prachtig geloofslied gedicht. Hij is niet de enige die door deze melodie is gecharmeerd en er een geestelijk lied bij heeft geschreven. Ook het adventslied: Verwacht de komst des Heren gebruikt deze melodie (Mit Ernst o Menschenkinder, Valentin Thilo). De aanleiding is verrassend actueel: In Erfurt woedt op dat ogenblik namelijk een epidemie: De pest is weer eens in de stad verschenen. Als de epidemie in 1564 eindelijk uitdooft zijn er ruim 4.000 slachtoffers te betreuren. In die tijd weet men nog niet hoe deze ziekte wordt overgedragen, maar men heeft al wel door dat zelf-quarantaine je als gezonde kan beschermen. Wie het zich permitteren kan, verlaat de stad. Zo ook de familie Helbich. Pancratius Helbich was trouwens Dr. in de geneeskunde (universiteit van Padua) en rector van de universiteit. Hij werkte nauw samen met Helmbold, die daar filosofie doceerde en samen met Helbich bezig was om het leegstaande Augustijnerklooster om te vormen tot Gymnasium. En dit in een Evangelische (= Luthers-humanistische) geest. Klaarblijkelijk waren beide families goed bevriend. Het lied is opgedragen aan de vrouw van Pancratius, Regina Helbich, die de meter was van Helmbold’s oudste dochter.2 Ludwig geeft haar deze tekst mee – te zingen op de melodie die ze zeker kent de allemande La Nonette– als een lied tegen de angst en de onzekerheid: Ze moet op weg gaan met ‘God als metgezel’. Hij zal haar helpen, en troosten.

God als compagnon de route tijdens de epidemie

Helmbold heeft zich – m.n. in het eerset couplet – ingeleefd in haar situatie: Je ziet haar vertrekken, weg uit het vertrouwde, niet wetend waar ze uit zal komen, niet wetend of ze nog terug zal keren en bovenal: onzeker over haar eigen leven en dat van haar geliefden. Alles was tot dan toe houvast bood (staat en stand) valt weg. Maar dat geeft niet, zegt Helmbold: ze moet zich onderweg aan God vasthouden. Dat is genoeg: Von Gott will ich nicht lassen moet ze tegen zichzelf zeggen, want Hij laat haar ook niet los (denn er lässt nicht von mir). Hij leidt haar op ‘rechte wegen’ en zal voor haar zorgen, hoe haar weg ook zal gaan en waar die haar ook zal brengen (sei wo ich woll im Land). Helmbolds lied heeft negen strofen en eindigt met een lofprijzing op de drie-enige God, Vader Zoon en Heilige Geest…. die door het geloof ons leidt (im Glauben uns regieret). God als helper, als compagnon de route (zie hierboven de meditatie over ‘de parakleet’).

Heinrich Schütz: Von Gott will ich nicht lassen (SWV 366)

In zijn Symphoniae Sacrae (II, 1647) heeft Heinrich Schütz vijf van de negen strofen getoonzet. Een sinfonia zet de toon en vervolgens geeft Schütz in 4 minuten tijd aan elke van de 5 coupletten een eigen karakter, expressief in tekstuitdrukking. Tot mijn verrassing vond ik een prachtige uitvoering door L’Arpeggiata o.l.v. Christina Pluhar. U hoort de Belgische sopraan Céline Scheelen, samen met Philippe Jaroussky (altus) en Dingle Yandell (bas). Tijdens het luisteren krijgt u nog wat info en kunt u de tekst mee volgen.

Beste lezer: het ga u wel !

Heinrich Schütz, Von Gott will ich nicht lassen (SWV 366), uit ‘Symphoniae Sacrae II (1647). Christina door L’Arpeggiata o.l.v. Christina Pluhar. CD: Himmelsmusik.

Dick Wursten


Toegift: Une jeune fillette – La Monica – The Queen’s Alman

De melodie (getransponeerd voor alt-dulciaan). Courtesy Aline Hopchet

1. het volledige lied ‘Une jeune fillette’ door Le Poème Harmonique

2: Variaties op La Monica (Willem Ceuleers, 2008)

La Monica (opus 700, 2008) – Le Royer-Potvlieghe orgel van de Sint-Pieterskerk in Turnhout. Van de CD: Willem Ceuleers, Orgelwerken XI

3: The Queen’s Alman (William Byrd) – Bertrand Cuiller

The Queen’s Alman (William Byrd). Bertrand Cuiller. Van de CD: Byrd Pescodd Time – Alpha

VOETNOTEN

  1. Parakleet = Grieks: ‘parakletos’ (παράκλητος). Letterlijk: de ‘erbij-geroepene’. De Latijnse bijbel (Vulgata) liet dit woord onvertaald, ‘paracletus’, waardoor het woord een zekere bekendheid kreeg. Veel voorkomende vertalingen zijn Trooster, Pleitbezorger, Helper. Een alternatieve vertaling focust op het effect van het ‘erbij-roepen’, namelijk dat er iemand bij je is: Metgezel, Compagnon.
  2. Dit is de algemene opvatting over de ‘Sitz im Leben’ van dit lied. Men leidt dit af uit het opschrift (spelling gemoderniseerd): Ein gottesfürchtiger und lieblicher Gesang: In den Druck gegeben zu Ehren und Wohlgefallen der tugentsamen Frauen Reginen Helbichin, Ehegemahl des hochgelehrten Herrn Doctoris Pancratii Helbich, jetzigen Rectoris in der Hohenschul zu Erfurt, meines grossgünstigen Herren Freundes und Gevatters. De bestemmeling is duidelijk, maar over de aanleiding wordt niets gezegd. Dus dat blijft giswerk gebaseerd op de inhoud: circumstantial evidence. Duidelijk is in elk geval dat er ‘iemand op reis gaat’, en dat de toekomst onzeker is. Het lied wil bemoedigen en heeft een warme persoonlijke toon. In een herdruk uit 1572 is er een algemene titel bovengezet: ‘Wahrer Christen Weggeleit’ (= reistip voor een echte christen). Ook interessant: in een Latijns epigram verontschuldigt Helmbold zich dat hij in het Duits heeft gedicht (hij was een neo-Latijns dichter van naam en sommige collega’s hebben hem dit blijkbaar verweten) door te stellen dat hij zeker Latijn zal blijven schrijven maar ook in Duits als er gezongen moet worden. Voor de liefhebber: Latina scripsi, scribo, scribam carmina / Sed et canam Germanica.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *