Du musst glauben, du musst hoffen

BWV 155: Mein Gott, wie lang, ach lange… (zondag van de bruiloft te Kana)
Toelichting op het beginrecitatief en het duet

Op de tweede zondag na Epifanie in 1724 klonk in Leipzig deze cantate nadat het Evangelie was gelezen (Johannes 2). De muziek is tijdloos, de tekst lijkt gedateerd, maar is dat niet. Het gaat over een ‘trübe Zeit’ en dat je je afvraagt: ‘God, hoe lang nog?!’ De ‘Vreugdewijn is op’. Komt u bekend voor ? En dan ook de boodschap, het evangelie door Bach op muziek gezet: ‘Du musst glauben, du musst hoffen’… Hou vol, er komen betere tijden.

Luther en de muziek

Als de Duitse monnik Martin Luther in 1521 (ja, dit jaar is opnieuw een Lutherjaar) door keizer Karel V in de rijksban wordt gedaan, zeg maar: ter dood veroordeeld…, verdwijnt hij plots van de radar. Overal in het Duitse rijk, tot in Antwerpen toe, speculeert men over zijn lot. Is hij vermoord? Op de vlucht? Geruchten over een overval, een hinderlaag, doen de ronde. Niemand weet er het fijne van. In werkelijkheid is hij ondergedoken en werkt in het verborgene aan een groot project: de vertaling van de Bijbel in het Duits vanuit de grondtalen. In september 1522 rolt het eerste deel van de persen: het Nieuwe Testament. Net op tijd voor de boekenbeurs, i.c. de Frankfurter Buchmesse. Het wordt een verkoopsucces zonder weerga [meer hierover hier]. Een jaar later ligt er al een clandestiene vertaling in het Nederlands in de Antwerpse boekhandel. Adriaen van Berghen uit de Kammenstraat is de drukker. Hij zal er later met z’n leven voor betalen.

Muziek verkondigt het evangelie

In het voorwoord van deze editie van het Nieuwe Testament laat Luther in zijn hart kijken. Hij legt uit wat het ‘Evangelie’ is: ‘Het is een Grieks woord  dat ‘goede boodschap’ betekent, ‘blijde tijding’…Dat is duidelijk. En dat wist u misschien ook al wel. Maar dan voegt hij toe: een goede boodschap, ‘davon man singen soll, und sagen, und fröhlich sein’ dat wil zeggen dat je ervan gaat zingen, en erover gaat vertellen en er vrolijk van wordt…. Dat is Luther ten voeten uit. En zonder deze muzische visie van Luther op het Evangelie zou u vandaag niet van Cantates, passies en koraalbewerkingen kunnen genieten. Zonder Luther geen Bach.

Luther was dol op muziek. Sterker: hij kon zich geen leven voorstellen zonder muziek. Hij zong: Latijnse motetten met een voorkeur voor Josquin Desprez. Liederen bij het eten, bij het drinken, bij feesten en partijen, ballades. Hij schreef er ook zelf en droeg die voor als een soort ‘meesterzanger’. Hij heeft het Gregoriaans van de mis ‘verduitst’, de psalmen, hymnen en sequenzen berijmd, zodat het ‘volk’ ze ook kon zingen, d.w.z. ‘bidden’. Enfin: Alles wat in het Tweede Vaticaanse concilie de rooms-katholieke kerk heeft gedaan, deed hij 500 jaar geleden al. En met stijl, en met smaak. Daarbij was hij natuurlijk vooral geïnteresseerd in zang, want daar spannen muziek en woord samen, krijgt dategene wat je zeggen wil ongehoorde zeggingskracht. Hij geloofde – en dat meende hij letterlijk – dat God tot de mens spreekt doorheen woorden die mensen spreken. Bijbelwoorden vooreerst, maar ook breder, dieper. Die woorden die het hart weten te raken zijn het effectiefst om Gods Woord bij de mens binnen te brengen. Zang dus, muziek.

Het woord dat God spreekt is een ‘evangelie’, en dat moet je hart raken.
Als je er niet van gaat zingen, dan is het Gods Woord niet.

Van Luther naar Bach

Het gevolg is dat de kerkmuziek niet alleen maar behouden wordt in de Lutherse traditie, maar zelfs promoveert: Muziek wordt ‘evangelieverkondiger’ bij uitstek. Ze staat ‘naast de preek’ en bewerkt ook op muzikale wijze de ‘communie’ tussen Christus en de ziel. Bijgestaan door een reeks bekwame cantores, musici en organisatoren (niet onbelangrijk) krijgt de kerkmuziek een enorme ‘boost’. Muziek ‘geboren’ uit het woord, van meet af aan rhetorisch. Zoals gezegd: zonder Luther geen Bach.

BWV 155: Mein Gott, wie lang, ach lange…

En wat Luther dan voor ogen heeft gestaan, ik denk dat je dat in de volgende cantate kunt horen, — pardon: kunt aanvoelen, want in deze cantate wordt niet gepreekt maar wordt ‘dat wat door de dichter in kwestie wordt verwoord’ door de componist van dienst in muziek omgezet, zodat wij als luisteraars in ons gemoed gewaar zullen worden waar het over gaat’.

Cantate voor de zondag van de bruiloft te Kana (2de na Epifanie)

Het is een cantate voor de tweede zondag na Epifanie/Driekoningen. Dan wordt traditioneel het verhaal van de bruiloft te Kana gelezen, waar Jezus water in wijn verandert. Wij beginnen dan vaak wat te grinniken en flauwe grapjes te maken over water en wijn… Salomon Franck, de meermaals gelauwerde dichter van het Hof van Weimar niet. Hem interesseert het mirakel niets. Hij is getroffen door de symboliek van het gebeurde. Het ziet er een ‘teken’ in, d.w.z. een verhaal dat een betekenis heeft die dieper gaat dan wat er zo op het eerste gezicht verteld wordt. Daarin is hij een betere bijbellezer dan wij. Want het verhaal presenteert zich ook zo. Het focust helemaal niet op het mirakel. Dat wordt en passant verteld. Het focust op een dialoog tussen Jezus en zijn moeder. Ze zijn op een feest, een bruiloftsfeest, en het gaat mis. De wijn is op. En de zorg van Maria en de reactie van Jezus thematiseren de spanning die er is tussen de menselijke hoop… en hoe het werkelijk gaat. Tussen de angst dat het mis-zal-gaan en de wijze waarop het toch nog goed komt. De mens hoopt dat ‘er wijn zijn zal’ in het leven. Vreugdewijn, noemt Franck het. Zodat wij als mens voluit, en volop kunnen leven, met elkaar. [Wilt u een moderne hervertelling horen in deze stijl, ik heb die opgenomen voor de protestantse kerk: https://youtu.be/hMiyz_2t_OQ ]

Recitatief: de vreugdewijn is op…

Maar – begin van de cantate: recitatief: in werkelijkheid is het zo anders… Een dramatische opsomming volgt van wat er allemaal mis gaat in het leven, een tekst vol verba defectiva : werkwoorden die het gemis aanduiden. Het donkerkloppend orgelpunt dat Bach eronder legt, zet deze klacht kracht bij…

bwv155_pag1 facsimile
U ziet de eenvoudige begeleidingsfiguren, de pulserend klop in de bas. Tot het plots begint et sprankelen (eerst in de strijkers, dan ook in de stem). Daar borrelt de ‘vreugdewijn’ op..

Even lijkt het goed te komen, als het woord valt: Freudenwein, een schitterende figuur schiet omhoog (laatste regel van de partituur hierboven) om meteen daarna vleugellam neer te storten. Zo is het in het leven… We zijn wel op een feest genodigd, maar de wijn is op (fragment van de volgende pagina)

bwv155_p2_part
U ziet (hoort) hoe de oplaaiende hoop vals blijft te zijn, en de ineenstorting volgt: De vreugdewijn is op…
Recitatief
Mein Gott, wie lang, ach lange?
Des Jammers ist zuviel!
Ich sehe gar kein Ziel
der Schmerzen und der Sorgen.
Dein süßer Gnadenblick
hat unter Nacht und Wolken sich verborgen,
die Liebeshand zieht sich, ach! ganz zurück;
um Trost ist mir sehr bange.
Ich finde, was mich Armen täglich kränket,
das Tränenmaß wird stets voll eingeschenket,
der Freudenwein gebricht;
mir sinkt fast alle Zuversicht.
Mijn God, hoe lang, hoe lang nog?
De ellende wordt met teveel !
ik zie geen einde aan mijn smarten en zorgen.
Uw zoete genadeblik heeft zich verborgen achter nacht en wolken,
uw liefdeshand trekt zich, ach! helemaal terug;
Het is naar troost, dat ik smacht.
Ik stel vast – en dagelijks voel ik de pijn –
dat mijn beker altijd overvloeit van tranen
En vreugdewijn is er niet;
Mij zinkt de moed in de schoenen.

En dan komt de eerste aria, een duet. Een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van Bach:

Aria (duet): Du musst glauben… blijf geloven, hou vol !

Du musst glauben, du musst hoffen, du musst Gott gelassen sein… Bezwerend, bemoedigend, troostend klinkt het. Het heeft nog het meest van een moeder of een vader, die een kind dat het even helemaal niet meer ziet zitten, vastpakt, op schoot neemt, wat heen en weer wiegt en zegt: Ach, het komt wel goed. Je hebt er geen redenen voor dat het waar zou zijn: ‘de wijn is op’. Je kunt het niet hard maken, ‘de wijn is op’ … maar toch geloof je het, weet je het zeker, blijf je vertrouwen… erop vertrouwen. De fagot mag soleren en de beide zangstemmen mogen alterneren en excelleren in dit bijna dromerige muziekstuk.

Uitvoering in Tilburg (Goede Herderkerk), eerste advent 2020.
Aria
Du mußt glauben, du mußt hoffen,
du mußt Gott gelassen sein!
Jesus weiß die rechten Stunden,
dich mit Hülfe zu erfreun.
Wenn die trübe Zeit verschwunden,
steht sein ganzes Herz dir offen.
Je moet blijven geloven, geef het niet op,
Laat God zijn gang maar gaan!
De Heer weet echt wel wanneer
hij je met zijn hulp moet verblijden.
En als deze donkere tijd voorbij is
staat zijn hele hart voor je open.

Geheel terzijde: Als Bach ook in Mühlhausen zulke fagotsolo’s schreef, dan is het niet zo raar dat er ruzie ontstond tussen Bach en een fagotspeler (die hij uitmaakte voor een ‘knoeier’ – Zipfelfagottist): Menig fagotspeler is hier gestruikeld.

voelt dat het laatste woord nog niet gezegd is. En dat komt dan ook: Het leven kan een aflopende zaak lijken, de elixer des levens kan opraken, maar het kan ook – van het ene op het andere moment, het is een kwestie van ‘tijd’ – zo zijn dat door de tranen heen, de lach weer doorbreekt. Salomon Franck schuwt de overdrijving niet (we zijn in de barok): hij die water in wijn kan veranderen, kan ook tranen in vreugde omzetten, het bittere veranderen in honing etc…. Met beelden ontleend aan het Hooglied, stort in de tweede aria de ziel van de gelovige zich in de armen van die geliefde Heer, die dit voor hem bewerkt heeft: Jezus. Een taal die misschien ver van u afstaat, maar middels de muzikale vertolking van Bach is de gemoedsbeweging toch meevoelbaar.

Mindfulness

Luisteren naar een cantate is een vorm van mindfulness, je verwijlt gewoon een poosje bij je gevoel (maar het is niet jouw gevoel, het is een door de muziek opgeroepen gevoel. Er communiceert iets). Verder wil je niets. Je laat je meenemen. Of – ander beeld – een milde vorm van psychotherapie: je ‘ziel’ wordt geraakt, gezuiverd, de pijn wordt verzacht, het gemis draaglijk, niet voor eeuwig misschien, maar wel voor even. Enfin, zolang de muziek duurt. En dat is toch al iets. Bach schreef deze cantate als jonge dertiger in Weimar, waar hij hoforganist was en af en toe een cantate mocht componeren. Daar – in Weimar – daalde de muziek in de slotkapel (‘die Himmbelsburg’, The Castle of Heaven) vanuit het hoge doksaal als het ware vanuit de hemel neer op het selecte groepje luisteraars beneden, de hertog en zijn hofhouding, meer dan 40 zielen zullen het niet geweest zijn. Het was 19 januari 1716. Acht jaar later, als hij cantor is geworden in Leipzig, herneemt Bach deze cantate. Opnieuw op de zondag van de bruiloft te Kana, 16 januari 1724. Zo’n 2.000 mensen – gemiddeld kerkbezoek – hebben ‘m daar gehoord. Vandaag, 16 januari 2021: Wij mogen het opnieuw horen – jammer genoeg niet live – Er komen betere tijden. En de woorden mogen in hun eerste betekenislaag voor ons verloren zijn, de echte zin ervan is volgens mij nog steeds hetzelfde: ‘zur Ergötzung des Gemüths’: een verkwikking voor het gemoed, troostend en bemoedigend in deze ‘trübe Zeit‘.

De uitvoering

U kunt de hele cantate beluisteren (13-15 minuten: meer is het niet).

Op youtube staat de uitvoering gesponsord door de J.S. Bach Stiftung, Sankt Gallen (muzikale leiding Rudolf Lutz). Ik beken: ze spreekt mij totaal niet aan. Wel interessant is de musicologische toelichting die Lutz vooraf heeft gegeven (Duits met Engelse ondertiteling).
Om te luisteren verkies ik de sobere uitvoering van Masaaki Suzuki met zijn Bachorkest. Dat is echt een muzikale woorddienst in de geest van Luther. En ook ‘retorisch’ zoals dat in de 18de eeuw werd opgevat. Omdat die niet op youtube staat, hier in een playlist.

  1. Bach: Mein Gott, Wie Lang, Ach Lange, BWV 155 - Recitative - Mein Gott, Wie Lang, Ach Lange? (Soprano) Masaaki Suzuki: Bach Collegium Japan 2:00
  2. Bach: Mein Gott, Wie Lang, Ach Lange, BWV 155 - Aria - Du Musst Glauben, Du Musst Hoffen (Duet - Alto, Tenor) Masaaki Suzuki: Bach Collegium Japan 5:08
  3. Bach: Mein Gott, Wie Lang, Ach Lange, BWV 155 - Recitative - So Sei, O Seele, Sei Zufrieden! (Bass) Masaaki Suzuki: Bach Collegium Japan 2:15
  4. Bach: Mein Gott, Wie Lang, Ach Lange, BWV 155 - Aria - Wirf Mein Herze, Wirf Dich Noch (Soprano) Masaaki Suzuki: Bach Collegium Japan 2:39
  5. Bach: Mein Gott, Wie Lang, Ach Lange, BWV 155 - Chorale - Ob Sichs Anliess, Als Wollt Er Nicht Masaaki Suzuki: Bach Collegium Japan 1:14
BWV 155
Recitatief (S)
Mein Gott, wie lang, ach lange?
Des Jammers ist zuviel!
Ich sehe gar kein Ziel
der Schmerzen und der Sorgen.
Dein süßer Gnadenblick
hat unter Nacht und Wolken sich verborgen,
die Liebeshand zieht sich, ach! ganz zurück;
um Trost ist mir sehr bange.
Ich finde, was mich Armen täglich kränket,
das Tränenmaß wird stets voll eingeschenket,
der Freudenwein gebricht;
mir sinkt fast alle Zuversicht.
Mijn God, hoe lang, hoe lang nog?
De ellende wordt met teveel !
ik zie geen einde aan mijn smarten en zorgen.
Uw zoete genadeblik heeft zich verborgen achter nacht en wolken,
uw liefdeshand trekt zich, ach! helemaal terug;
Het is naar troost, dat ik smacht.
Ik stel vast – en dagelijks voel ik de pijn –
dat mijn beker altijd overvloeit van tranen
En vreugdewijn is er niet;
Mij zinkt de moed in de schoenen.
Duet (A, T)
Du mußt glauben, du mußt hoffen,
du mußt Gott gelassen sein!
Jesus weiß die rechten Stunden,
dich mit Hülfe zu erfreun.
Wenn die trübe Zeit verschwunden,
steht sein ganzes Herz dir offen.

Je moet blijven geloven, geef het niet op,
Laat God zijn gang maar gaan!
De Heer weet echt wel wanneer
hij je met zijn hulp moet verblijden.
En als deze donkere tijd voorbij is
staat zijn hele hart voor je open.
Recitatief (B)
So sei, o Seele, sei zufrieden!
Wenn es vor deinen Augen scheint,
als ob dein liebster Freund
sich ganz von dir geschieden;
wenn er dich kurze Zeit verläßt,
Herz! glaube fest,
es wird ein kleines sein,
da er für bittre Zähren
den Trost- und Freudenwein
und Honigseim für Wermut will gewähren!
Ach! denke nicht,
daß er von Herzen dich betrübe,
er prüfet nur durch Leiden deine Liebe;
er machet, daß dein Herz bei trüben Stunden weine, damit sein Gnadenlicht
dir desto lieblicher erscheine;
er hat, was dich ergötzt,
zuletzt zu deinem Trost dir vorbehalten;
drum laß ihn nur, o Herz, in allem walten!

Wees, o ziel, dus tevreden!
Als je het gevoel hebt
dat je dierbaarste vriend
zich volkomen van je heeft afgekeerd
als hij je korte tijd verlaat,
hart! geloof maar vast
dat het een kleinigheid zal zijn,
want dat hij in plaats van bittere tranen
de troost- en vreugdewijn
en honingzeem in plaats van alsem zal schenken!
Ach, denk niet dat hij je van harte pijn doet, hij beproeft slechts je liefde door je te laten lijden; hij maakt dat je hart in droeve uren weent zodat je zijn genadelicht des te lieflijker vindt;
hij heeft dat waarvan je geniet
op het laatst als troost voor je weggelegd;
laat hem dus, o hart, in alles regeren!
Aria (S)
Wirf, mein Herze, wirf dich noch
in des Höchsten Liebesarme,
daß er deiner sich erbarme.
Lege deiner Sorgen Joch,
und was dich bisher beladen,
auf die Achseln seiner Gnaden.
Aria (S)
Werp je, mijn hart, werp je toch
in de liefdesarmen van de Hoogste,
opdat hij zich over je ontfermt.
Leg het juk van je zorgen
en wat nu nog op je drukt,
op de schouders van zijn genade.
Koraal
Ob sichs anließ, als wollt er nicht,
laß dich es nicht erschrecken,
denn wo er ist am besten mit,
da will ers nicht entdecken.
Sein Wort laß dir gewisser sein,
und ob dein Herz spräch lauter Nein,
so laß doch dir nicht grauen.
Koraal
Al lijkt het, alsof hij niet wil
laat dat je niet afschrikken,
want waar hij je het meest nabij is,
dar houdt hij verborgen.
Zijn woord: durf daarop vertrouwen,
en zelfs als je in hart een ‘neen’ gevoelt,
wees ook daarvan niet ontsteld.
Tekst: Salomon Franck “Evangelisches Andachts-Opffer”

Zondag van de bruiloft te Kana, 2021, Dick Wursten

Slotgebed

Hoe lang nog, Heer God, moeten we wachten
en leven binnen de enge grenzen van deze tijd?
Hoe lang nog moeten we uitzien
naar het nieuwe licht aan de horizon?
Leer ons geduld te hebben,
deze tijd te verdragen,
en elkaar te dragen, te troosten en te bemoedigen.

Sterk ons daartoe in het vertrouwen
dat uw toekomst nabij is,
dat Gij de beste wijn zult schenken
aan uw mensen.

Gedenk jong en oud,
gedenk allen die lijden onder de eenzaamheid
die hen overkomt.

En koester allen aan uw hart,
die van ons moeten heengaan,
gekneusd en gehavend,
hun geliefden machteloos afwezig.

Amen.  Zo moge het zijn.

Frans Van Looveren